
Soms voel ik de druk om de mensen die deze blog lezen steeds opnieuw te voorzien van inspirerende inzichten en verhalen over Een Cursus in Wonderen. Alsof ik niet alleen iets waardevols moet schrijven, maar dat ook op het juiste moment en zonder uitzondering moet kunnen.
Vandaag is zo’n dag waarop dat niet lukt.
Het is warm. Mijn lichaam voelt zwaar en zelfs mijn gedachten lijken traag te bewegen. Nauwelijks merk ik die vermoeidheid op, of het ego dient zich alweer aan met zijn bekende commentaar:
“Zie je wel? Weer een bewijs dat je niet goed genoeg bent. Je moet harder je best doen.”
In plaats van die stem te geloven, besloot ik te onderzoeken waar dat gevoel van druk eigenlijk vandaan komt. Waarom denk ik dat ik altijd iets moet produceren? Waarom geloof ik dat ik moet presteren om van waarde te zijn?
Onderzoek naar de werking van onze hersenen laat zien dat mensen van nature gevoelig zijn voor waardering en goedkeuring. Vanaf jonge leeftijd leren we dat complimenten, aandacht en erkenning ons een goed gevoel geven. Ontbreekt die bevestiging, dan ontstaat gemakkelijk het gevoel dat er iets mis is met ons.
Een Cursus in Wonderen kijkt daar op een heel andere manier naar. Volgens de Cursus ontstaat dit verlangen naar waardering doordat wij vergeten zijn Wie wij werkelijk zijn. Wanneer wij onze eigenwaarde proberen te verdienen, zijn wij de herinnering kwijtgeraakt dat onze waarde al door God is geschonken. Zij hoeft niet verdiend, bewezen of verdedigd te worden.
Toch kan de stem van het ego soms verrassend overtuigend klinken.
Vragen aan mijzelf
1. Schrijf ik deze artikelen om waardering te krijgen?
Eerlijk gezegd: soms wel.
Vandaag bijvoorbeeld merk ik dat ik graag iets wil schrijven waarvan anderen zeggen: “Wat inspirerend.”
Maar er zijn ook dagen waarop ik schrijf vanuit een heel andere plaats. Dan wil ik eenvoudig delen wat mij geraakt heeft, zonder iets terug te verwachten. Dat voelt lichter. Vrijer. Liefdevoller.
Ik merk dat ik die versie van mezelf veel prettiger vind.
Onze huidige cultuur maakt dat onderscheid overigens niet gemakkelijk. Sociale media belonen vooral wat opvalt: indrukwekkende verhalen, bijzondere inzichten en inspirerende hoogtepunten. De algoritmen versterken wat emoties oproept en veel aandacht trekt. Daardoor kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat gewone, eerlijke ervaringen niet voldoende zijn.
2. Geloof ik dat alles wat ik schrijf inspirerend moet zijn?
Ja.
En daarmee raak ik opnieuw aan dezelfde vergissing: de overtuiging dat mijn waarde afhangt van wat ik doe, bereik of bij anderen teweegbreng.
Alsof ik mijn bestaansrecht steeds opnieuw moet bewijzen.
Alsof inspiratie een betaalmiddel is geworden waarmee ik probeer mijn gevoel van eigenwaarde veilig te stellen.
Maar de Cursus leert iets heel anders.
Mijn waarde is niet afhankelijk van mijn prestaties. Zij is door God gegeven en daarom onveranderlijk.
3. Wat gebeurt er wanneer ik mezelf blijf dwingen iets te produceren?
Dan raak ik uitgeput.
Ik ga twijfelen aan mezelf.
En misschien nog wel het belangrijkste: ik verlies het contact met mijn echtheid.
Werkelijke verbinding ontstaat immers niet alleen doordat wij onze mooiste inzichten met elkaar delen. Vaak ontstaat zij juist wanneer wij onze kwetsbaarheid laten zien, onze vergissingen erkennen en eenvoudig eerlijk zijn over waar wij ons bevinden.
Juist daarin herkennen wij elkaar.
4. Wat kies ik deze week in plaats van mezelf onder druk te zetten?
Ik laat de eis van het ego los die zegt:
“Ik moet iets inspirerends schrijven.”
En ik vervang die door een vriendelijker gedachte:
“Soms voel ik inspiratie en soms niet. Maar ik kan altijd eerlijk zijn. En eerlijkheid is belangrijker dan indruk maken.”
Daarnaast wil ik mij deze week regelmatig het eenvoudige gebed herinneren dat Byron Katie vaak uitspreekt:
“Heer, bevrijd mij van de behoefte aan liefde, waardering en goedkeuring.”
En telkens wanneer het ego weer probeert mijn waarde afhankelijk te maken van mijn prestaties, wil ik mij de woorden uit Een Cursus in Wonderen herinneren:
“De waarheid in jou blijft even stralend als een ster, even zuiver als het licht en even onschuldig als de Liefde Zelf.”
(ECIW, T-31.VI.10)
Die waarheid hoeft niets te bewijzen.
Zij is.









