
In mijn vorige blog schreef ik dat een wonder voor mij een deur naar de werkelijkheid is.
Een wonder is een verandering van kijken.
Een crisis en een wonder horen bij elkaar. Zodra er een crisis is, is het wonder er ook. Alleen zie ik het vaak niet altijd meteen.
De vraag is niet of het wonder komt. De vraag is of ik bereid ben het te ontvangen.
Dat begint met een verlangen en een keuze. Ik verlang naar het wonder en ik kies ervoor om het te ontvangen door mij open te stellen.
Ik hoef het probleem niet zelf op te lossen. Ik hoef ook niet te bedenken hoe de oplossing eruitziet. Ik vraag eenvoudig om een wonder:
“Laat mij deze situatie anders zien. Laat mij zien wat ik nu nog niet zie.”
En dan wacht ik. Niet passief. Wel maak ik ruimte. Ik haal mijn aandacht van het probleem.
Er is een boek dat mij hierin altijd is bijgebleven: ‘Miraculous Living’ van rabbijn Shoni Labowitz. Zij schrijft dat wanneer je God wilt ervaren, wanneer je een wonderlijk leven wilt leiden, je daar ook ruimte voor zult moeten maken.
Die gedachte raakt me nog steeds. Want hoe vaak blijf ik bezig met het oplossen van het probleem? Hoe vaak blijf ik denken, analyseren en controleren? Terwijl ik daarmee eigenlijk de deur gesloten houd.
Dus als ik om een wonder vraag, heb ik te stoppen met waar ik mee bezig ben, zodat er ruimte ontstaat. Ik ga wandelen. Ik ruim mijn bureau op. Ik zet een kop thee. Ik adem.
Niet omdat dat het wonder veroorzaakt. Het wonder is er al. Door ruimte te maken, word ik ontvankelijk voor een andere manier van kijken.
Voor mij voelt dat als een opening naar God. Naar liefde. Naar een werkelijkheid die groter is dan wat ik zelf kan bedenken. Ik hoef niets te bedenken. Ik neem daar ontslag van.
Een voorbeeld.
Zes jaar geleden vroeg ik om meer innerlijke vrijheid rondom geld. Geld voelde voor mij spannend en beladen. Ik was bang dat ik alles wat ik had zou kwijtraken. Onbewust hield ik de hand op de knip, zelfs als ik het geld gewoon had.
Mijn jongste zoon heeft autisme en gaat daarom naar een school voor speciaal onderwijs. Iedere schooldag bracht ik hem naar school en haalde ik hem weer op. Dat kostte veel tijd. Op een dag vroeg ik hem of hij met de taxi naar school wilde gaan. Iedereen dacht dat dat veel te spannend voor hem zou zijn.
We gingen oefenen. We maakten samen een duidelijk overzicht. Stap voor stap.
Het lukte.
Na zijn eerste rit keek hij me aan en zei: “Mag ik nu een cadeau?”
Natuurlijk!” zei ik.
Hij wist precies wat hij wilde: een prachtige houten takelwagen. Die kostte 175 euro. Mijn eerste reactie was dat ik het veel geld vond.
Toen keek hij mij aan en vroeg:
“Heb je dat geld dan niet?”
Die vraag raakte me. Want ik had het geld gewoon.
Ik kon geen enkele goede reden bedenken waarom ik hem dat cadeau niet zou geven.
Dus kocht ik de takelwagen.
Hij speelde er jarenlang mee. Later verkocht ik hem bijna voor hetzelfde bedrag weer door.
De echte waarde zat ergens anders.
Mijn zoon liet mij zien dat verlangen niet iets is waarvoor ik me hoef te schamen. Ik mag genieten, ontvangen en geld gebruiken voor iets wat werkelijk vreugde brengt, in plaats van het alleen vanuit angst vast te houden.
Het wonder kwam via mijn zoon. Zijn eenvoudige vraag hielp mij om geld te bekijken vanuit de angst om vanuit vertrouwen, plezier en betekenis.
Soms dient zo’n verandering van kijken zich aan in iets heel kleins.
Mijn vrouw en ik fietsten samen. We zaten midden in een moeilijk gesprek en een ruzie hing in de lucht.
Vanbinnen vroeg ik om een wonder, zodat het toch een gezellige fietstocht kon worden.
Nog geen twee minuten later zag ik midden op het fietspad een ongeopend pakje zakdoekjes liggen.
Ik moest slikken. Ik wist meteen wat dit pakje zakdoekjes mij vertelde. Ik was gesloten en liet me niet kwetsbaar zien.
Dat ene pakje zakdoekjes veranderde het hele gesprek.
Een andere keer gebeurde iets vergelijkbaars in onze kruidentuin.
Mijn vrouw en ik stonden in de kruidentuin. Ook daar liep het contact stroef. Ik voelde mijn verdediging alweer opkomen.
Ik vroeg opnieuw om een wonder. Mijn blik viel op een heggenschaar die op de grond lag.
Op de schaar stond het jaartal 1954. Het geboortejaar van zowel mijn vader als mijn moeder.
Ik voelde meteen dankbaarheid en verzachting.
Op dezelfde schaar stond ook het woord ‘Freund’.
Ineens kon ik mijn vrouw weer vriendelijk aankijken en zien hoe lief ze is. Mijn verdediging viel weg.
Zo snel kan een wonder werken.
Het wonder verschijnt voor mij niet alleen in kleine dagelijkse momenten. Soms raakt het aan een verlangen dat al jaren in mij leeft.
Al heel veel jaren leef ik met een verlangen. Ik wil mensen begeleiden om opnieuw contact te maken met zichzelf. Met liefde. Met God. Met al het leven dat aanwezig is ergens een een beetje verstopt.
Dat contact heeft mijn eigen leven zo veranderd. Daarom wil ik graag delen wat het mij heeft gebracht.
Toch kwam het er steeds niet van. Steeds vroeg mijn bedrijf om tijd en aandacht. Als ik het toch probeerde, werd ik teruggefloten.
De afgelopen jaren heb ik mijn bedrijf steeds verder georganiseerd. Collega’s namen verantwoordelijkheid. Er ontstond ruimte voor mijn verlangen.
In die ruimte ontstond mijn eerste workshop: ‘De Jongen in de Man’.
Ik zette hem online. De eerste aanmeldingen kwamen binnen. Ik voelde me ongelooflijk dankbaar en tegelijkertijd ontzettend bang.
Kan ik dit wel?
Dus vroeg ik opnieuw om een wonder. Ik wilde me hierin gesteund voelen en het programma van die dag met iemand doorspreken.
Ik kreeg de ingeving om Paul en Jane te vragen of ze met mij hierover wilden praten.
Toen gebeurde het wonder.
Op een ochtend kwamen Paul en Jane langs op mijn tuinderij. Ik keek op en daar zag ik ze stralen.
Jane feliciteerde me met het lanceren van mijn eerste workshop. Ze boden aan om er met me over te praten. Zonder dat ik erom vroeg, boden ze allebei aan om me te helpen.
Zo werkt het wonder voor mij. Het verschijnt op een manier die ik zelf nooit had kunnen bedenken.
Soms duurt dat een paar seconden. Soms een paar dagen. Soms veel langer.
En als het wonder nog uitblijft? Dan kijk ik eerst liefdevol naar mezelf.
Mogelijk houd ik zelf de deur nog een stukje dicht.
Dat vraagt geen oordeel. Het vraagt om een glimlach en een dikke knuffel voor mezelf. Ook dat kan al een wonder zijn: dat ik mezelf niet afwijs, wel mezelf ontmoet waar ik nu ben.
Yuri










