A Course In Miracles
A Course In Miracles
09/20/2026
6 min
1

Afstand is niet hetzelfde als verlies

09/20/2026
6 min
1

Ik zit in een proces. Ik schrijf dat tegenwoordig steeds vaker op, alsof ik, wanneer ik het maar vaak genoeg opschrijf, vanzelf begrijp wat dat proces precies inhoudt. Dat doe ik niet. Wat me wel steeds duidelijker wordt, is wat er in mij gebeurt wanneer iemand van wie ik veel houd niet dichtbij is. Mijn hoofd is daar bijzonder goed in. Afstand wordt verlies, minder contact wordt minder liefde en stilte wordt vergeten worden. Het gaat razendsnel. Er gebeurt iets heel gewoons en voordat ik het weet, heeft mijn hoofd er een compleet verhaal van gemaakt waarin ik minder belangrijk ben geworden, de ander minder behoefte aan mij heeft en liefde kan verdwijnen als ik even niet oplet. Het vervelende is dat zo'n verhaal, op het moment dat ik het geloof, helemaal niet voelt als een verhaal. Het voelt als de waarheid.

Dus ga ik iets doen. Ik zoek contact, stel vragen en wil bevestigd krijgen dat alles nog goed is. Dat de ander nog aan me denkt, dat ik niet vergeten ben en dat de liefde er nog is. Ik maak mezelf wijs dat ik daarmee voor mezelf opkom en goed voor mezelf zorg. Wanneer ik die bevestiging krijg, voel ik opluchting. Even. Want bevestiging werkt fantastisch, zolang je haar krijgt. Daarna heb ik haar opnieuw nodig en baal ik enorm van mezelf, omdat ik gedrag heb laten zien dat ik helemaal niet wil laten zien. Inmiddels herken ik het patroon. Ik ben ontzettend bewust onbekwaam, de lastigste fase in het leerproces. Ik heb door wat ik doe, maar dat betekent nog niet dat ik ook weet hoe ik het anders moet doen.

Ik heb een bijzondere vriendschap met iemand van wie ik heel veel houd. We hebben er bewust voor gekozen om onze verbinding niet fysiek te maken. Niet omdat we afstand van elkaar willen, integendeel. We zijn heel dichtbij. Door de fysieke vorm weg te laten, ontstaat er ruimte om werkelijk te ervaren wat er tussen ons gebeurt. Zonder de afleiding van fysiek contact komen we elkaar op een andere laag tegen. Niet alleen in alles wat mooi en liefdevol is, maar ook in de stukken die ik liever verborgen houd: angst, onzekerheid en behoefte aan bevestiging.

Niet alles wat fijn voelt, helpt mij om te ontdekken wat er werkelijk in mij speelt. Sommige vormen van nabijheid kunnen ook een heerlijke afleiding zijn, een manier om even niet te hoeven voelen, niet te hoeven kijken en vooral niet helemaal naar de kern te hoeven. En daar willen we wel naartoe. Niet door de lelijke stukken uit de weg te gaan, maar door ze binnen de liefde die er is aan het licht te laten komen. Niet om ze voor elkaar op te lossen, maar om ze te onderzoeken en uiteindelijk te helen.

Helen in liefde.

In oktober start ik met leerjaar 1 van de opleiding en ga ik veel dieper dit proces in. Ik wil mezelf daarin zo min mogelijk mogelijkheden geven om ervan weg te bewegen. Alleen weten mijn stukken me ook zonder fysieke afleiding prima te vinden. Praten is voor ons een belangrijke vorm van samenzijn. Als we de tijd hebben, praten we eindeloos met elkaar. Uren. Soms bijna een hele dag. Die tijd hebben we simpelweg niet altijd.

Daar gebeurt iets interessants in mij. Mijn hoofd maakt van ‘minder tijd voor contact’ heel gemakkelijk ‘minder behoefte aan contact’. Dat zijn twee heel verschillende dingen. Rationeel weet ik dat prima, maar op het moment dat ik het voel, lijkt die kennis ineens weinig waard. Zodra de kwantiteit van ons contact afneemt, kom ik iets tegen wat ik helemaal niet zo graag over mezelf aankijk. Ik kan iemand ook vasthouden zonder hem aan te raken. Aan woorden, aan zijn stem, aan de bevestiging dat hij er nog is. De vorm is anders, maar mijn behoefte om vast te houden weet haar feilloos te vinden.

Ergens weet ik natuurlijk waar die angst vandaan komt. Mijn vader vermoordde mijn moeder toen ik één jaar oud was. In één klap was ik beide ouders kwijt. Mijn moeder omdat zij er niet meer was, mijn vader omdat hij degene was die haar had vermoord. Ik mis maar één van hen. Mijn moeder. In de jaren daarna waren de mensen die voor mij zorgden steeds weer anderen. Tot mijn zevende was er weinig continuïteit in wie er voor mij was. Ergens in die vroege jaren is een diepgewortelde verlatingsangst ontstaan.

Ik heb nauwelijks herinneringen aan mijn moeder. Ik weet niet hoe het voelde toen zij mij vasthield. Ik kan haar stem niet terughalen, haar geur niet, the touch of her skin niet. Ik weet niet hoe haar moederliefde voelde. En ik weet verdomd goed hoe het voelt om haar te missen. Dat is het bizarre aan zo'n vroeg verlies: ik weet niet wat ik mis. En dat maakt het missen zo ontzettend zwaar.

Mijn verlatingsangst kan ik inmiddels behoorlijk goed aanwijzen. Ik herken waar ze wordt aangeraakt en begrijp waar ze mee samenhangt. Heel fijn. Daar gaat ze alleen niet van weg. Een inzicht hebben is iets anders dan een inzicht leven. Het verschil tussen vorm en inhoud raakt precies aan wat ik nu tegenkom. Ik koppel liefde heel gemakkelijk aan tijd samen, gesprekken, woorden en iemand die laat merken dat hij er is. Zodra daar iets in verandert, maakt mijn ego er razendsnel van dat er ook iets aan de liefde zelf veranderd moet zijn.

Terwijl ik iets heel anders voel wanneer ik alle verhalen even weglaat. Ik voel me geliefd. Ontzettend geliefd zelfs. Dat maakt het zo confronterend. Ik kan me ontzettend geliefd voelen en vijf minuten later alsnog geruststelling nodig hebben. Ik heb vaak dondersgoed door wat ik aan het doen ben en doe het vervolgens toch. Als het karretje van een achtbaan dat, wanneer het eenmaal aan het rollen is, niet zomaar meer tegen te houden is. Ik stel een vraag waarvan ik eigenlijk al weet dat het geen vraag is. Ik zoek geen informatie. Ik zoek geruststelling. Iets wat mij vertelt dat alles nog goed is, dat ik niet vergeten ben, dat er niets verloren is gegaan.

Maar daaronder zit nog iets anders. Ik gebruik de ander om mijn gevoel over mezelf te bevestigen. Niet alleen om mij gerust te stellen, maar ook om terug te krijgen wat ik diep vanbinnen al over mezelf geloof. Wanneer ik me niet belangrijk voel, kan minder tijd samen het bewijs worden dat ik inderdaad niet belangrijk ben. Wanneer ik me alleen voel, kan stilte bevestigen dat ik er uiteindelijk alleen voor sta. Wanneer ik bang ben om verlaten te worden, kan een ander antwoord dan waarop ik hoop ineens betekenen dat precies dát aan het gebeuren is. De ander hoeft daar in werkelijkheid helemaal niets mee te zeggen. Mijn hoofd vult het voor hem in.

En dat is confronterend, omdat het betekent dat ik niet alleen afhankelijk kan worden van wat de ander mij geeft, maar hem ook een rol kan geven in hoe ik naar mezelf kijk. Ik kan hem gebruiken om me geliefd te voelen, maar net zo goed om mijn eigen angst, onzekerheid of gevoel van tekortschieten te bevestigen. Dan kijk ik niet meer werkelijk naar hem of naar wat er tussen ons gebeurt. Ik kijk naar mezelf door hem heen en zie vervolgens precies wat ik van tevoren al dacht te zullen vinden.

Ik wil voluit liefhebben. Niet iemand nodig hebben om mij voortdurend te vertellen wie ik ben of wat ik waard ben. Daar ligt voor mij een volgende laag van helen in liefde. De ander hoeft mijn angst niet weg te nemen en hoeft ook niet te bewijzen dat mijn gevoel over mezelf niet klopt. Die stukken mogen binnen de liefde zichtbaar worden, zonder dat ik ze onmiddellijk bij hem neerleg om ze te laten verdwijnen. Dat klinkt prachtig, totdat je het moet doen. Want wanneer ik niet naar geruststelling grijp, blijft het gevoel gewoon bij mij. Dan kom ik mezelf tegen. Niet om het zo snel mogelijk kwijt te raken, maar om te onderzoeken wat er werkelijk van mij is.

Op zo'n moment kan ik God om hulp vragen. Niet om antwoorden en ook niet om mij te vertellen hoe iets afloopt. Ik hoef niet te weten wat de volgende stap is. Ik vraag Hem mij het vertrouwen te geven dat alles goed is, precies zoals het is. Dat er niets anders hoeft te zijn dan het nu is om goed te kunnen zijn. Dat er een pad voor mij is uitgestippeld en dat ik erop mag vertrouwen dat ik precies ben waar ik moet zijn, ook wanneer die plek ongemakkelijk is en ik er het liefst zo snel mogelijk vandaan wil. Ik hoef mijn omgeving niet te veranderen om mezelf veilig te voelen. Ik mag leren vertrouwen dat ook dit bij mijn weg hoort.

Dat kan ik nog helemaal niet. Ik schrijf dit niet achteraf, met een keurige opsomming van alles wat ik inmiddels heb geleerd. Ik krijg nu al een behoorlijk helder beeld van wat ik onderweg tegenkom. Soms begrijp ik pas achteraf wat ik heb gedaan, soms heb ik het tijdens de rit al door en krijg ik het karretje alsnog niet tot stilstand. En soms geloof ik gewoon ieder woord dat mijn hoofd mij vertelt.

Dat is waar ik nu sta. Aan het begin. Niet met antwoorden of een mooi geheeld eindresultaat, maar met het vertrouwen dat ik daar ook helemaal niet hoef te zijn. Ik ben precies waar ik moet zijn. Afstand is niet hetzelfde als verlies. Minder contact betekent niet minder liefde. En wanneer ik dat even niet kan voelen, hoef ik de ander niet te gebruiken om mij te vertellen wie ik ben. Dan mag ik terug naar mezelf, naar God en naar het vertrouwen dat alles goed is, precies zoals het is.

Liefs Daniëlle

Reacties