Mijn (niet zo) favoriete les…

Mijn (niet zo) favoriete les…

Toen ik de lessen van de cursus voor de tweede keer ging doen was ik op een bepaald moment opnieuw bij les nummer 5 – ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk. 

Ik snapte nog niet veel van de lessen, maar wat er die dag gebeurde zou de toepassing en de waarheid van de les zodanig in mijn systeem vastzetten dat ik hem nooit meer ben vergeten. 

Op 30 april 2012 hadden we een we aan familiediner (van mijn schoonfamilie) bij de van der Valk in Harderwijk. Mijn vriend was er, mijn schoonmoeder en de kinderen van mijn vriend en die van mijzelf. Het gesprek kwam op een gegeven moment op baby’s en mijn vriend vertelde heel trots dat hij nog nooit een luier had verschoond in zijn leven. Ik voelde een vuurtje in mijn lijf ontbranden van boosheid. “Je zet ze op de wereld en daarna zijn ze te vies om aan te pakken?”, was mijn vraag. Mijn schoonmoeder zei toen iets wat mij op een explosieve manier deed reageren. Ze zei: “maar hij hoeft dat ook niet te doen want hij is een man”. 

Ik werd compleet overgenomen door mijn pijnlichaam, ik was kwaad voorbij alle kwaadheid, stond op aan de tafel en begon te schreeuwen midden in het restaurant tegen mijn vriend en mijn schoonmoeder. “Hij moet zich schamen dat hij nog nooit een luier heeft verschoond, het is belachelijk!” Ik voelde een enorme woede - bijna moordlustig,  en ik werd er zelf bang van. Het was zo’n scene dat het hele restaurant keek, het etentje was voorbij en mijn vriend en schoonmoeder verlieten het restaurant waardoor ik achterbleef met een aantal verbouwereerde jongeren. 

Later herinnerde ik me de les van de dag – ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk en ik wist dat deze woede NOOIT van deze gebeurtenis kon komen, het was te heftig. Toen ik uiteindelijk ben gaan zitten, ging ik terug naar het voelen van de woede, vroeg aan de Heilige Geest waarom ik dan wel zo kwaad was en maakte mijn hoofd stil om het antwoord te ontvangen. En toen kwamen de beelden, beelden die ik zo verdrongen had dat ik me ze niet bewust kon herinneren. 

Ik ben de jongste van drie en het enige meisje. Mijn twee oudere broers hoefden niet te helpen in de huishouding, het koken, schoonmaken en opruimen. “Nee, dat hoeft niet want zij zijn jongens”, was het steevaste antwoord. En daar bleef het niet bij, de heren vonden het ook nog heerlijk om het in te wrijven dat ‘ik dan maar geen meisje had moeten worden’. En wanneer ik dan ook maar enige emotie toonde werd er hartelijk om gelachen. Ik kon in de sessie met de HG opnieuw voelen hoe de onmachtige woede brandde in mijn lijf en hoe ik alles wegstopte om het lachen maar te laten stoppen.  

Wat was dat duidelijk! De opmerking van mijn schoonmoeder had de oude pijn van het onrecht en vooral de onmacht getriggerd. Het was dus deze pijn die de werkelijke oorzaak was en mijn overtuiging dat ik machteloos was. 

Toen dat duidelijk was heb ik mijn ouders vergeven voor de regels, mijn broers voor het lachen, mijn vriend voor het niet verschonen en mijn schoonmoeder voor de opmerking. En vooral heb ik mezelf vergeven voor het geloof dat ik onmachtig ben. Wat was dat een voelbare opluchting!

Het grootste wonder kwam echter de dag erna, toen ik naar mijn schoonmoeder ging om mijn excuses aan te bieden. Zij was echt een dame van ‘kaas van het brood, komt het er nooit meer op’, met andere woorden als je het had verbruid kom je nooit meer in haar gunst. Ik zie me nog het keukentje binnenlopen met een bos bloemen en ik zei: “Ma, het spijt me enorm. Het had niets te maken met jou, maar wat je zei triggerde een oude pijn en daardoor werd ik zo kwaad, sorry”.  En het enige wat ze zei was “Ik snap het wel meisje, wil je een kopje koffie?” Daarna is de band met mijn schoonmoeder enorm verbeterd en kon ik haar als ultieme leraar nog vaak gebruiken. 

Les nummer 5 heb ik daarna op alles en iedereen en altijd toegepast. Of het nu een oorlog of een klodder tandpasta was, vergeving was het antwoord.